|
Voor Ton Kolvoort gaan alle deuren open
Waar hij gaat, worden deuren geopend. Ton Kolvoort is als voetballegende Johan Cruijff in Barcelona: overal heeft hij toegang, iedereen schudt hem de hand, op elke plek wordt hij warm verwelkomt. Een dagje meelopen met de oud-bondscoach van het Nederlands team is een avontuur op zich.
De route van de perskamer naar het parc fumee is niet langer dan vijfhonderd meter. Normaal gesproken doe je er slechts een paar minuten over. Maar loop mee met Ton Kolvoort en het kan zo maar zijn dat je een half uur onderweg bent. Zijn jarenlange carrière in de BMX-sport hebben hem een onmeetbaar netwerk opgeleverd. De één begroet hem met bonjour, de ander roept gutentag. Van Fransozen tot Spanjaarden, van Duitsers tot Belgen, overal heeft Kolvoort zijn vrienden.
Bij het Nederlandse team is dat niet anders. Kolvoort is kind aan huis en wordt op diezelfde manier benaderd. Voor zes jaar terug gaf hij het stokje over aan Bas de Bever. En hoewel de 65-jarige in die hoedanigheid al een tijd uit beeld is, de betrokkenheid is er niet om verminderd.
"Maar er is wel verschrikkelijk veel veranderd hoor", zegt Kolvoort, terwijl hij ondertussen de handjes schudt van de voltallige Nederlandse equipe. "Dat moet ik Bas nageven, hij heeft het hier wel op de kaart gezet. Kijk naar de faciliteiten. Zo'n tent en zulk materiaal, dat hadden we vroeger niet. Vroeger deden we het met 25.000 gulden, voor een heel jaar. Nu denk ik dat het al snel om twee ton gaat. De sport is gegroeid, ten goede."
Ook het aantal betrokken mensen is enorm toegenomen. "Tegenwoordig is er een arts mee en fysiotherapeuten. Vroeger, toen we ooit in Letland waren, moesten we dat allemaal zelf doen. Dan stond je er alleen voor."
De Bever knikt instemmend, op het moment dat zijn voorganger over de veranderingen spreekt. "Destijds was het veel minder. De gemiddelde sporter deed het er bij. Daarnaast moest er gewerkt worden, of gestudeerd. Wij zijn van twee trainingen per week naar twee trainingen per dag gegaan. Deze rijders zijn de hele dag bezig met hun sport."
Het heeft Nederland, qua omvang een kikkerlandje in de BMX-sport, een zeer respectabele status opgeleverd, weet De Bever. "Als je bij de eerste vijf landen op de landenlijst staat, mag je jezelf wel wereldtop noemen."
Ton Kolvoort opens all doors
Wherever he goes, doors are opened. Ton Kolvoort lives these days like football legend Johan Cruyff in Barcelona, he has access everywhere, everybody shakes hands with him, at every place there's a warm welcome. A daily walk with the former coach of the Dutch team is an adventure in itself.
The route of the press-room to the park fumee is not longer than five hundred meters. Normally you only walk in a few minutes. But walking along with Kolvoort takes an hour of your time. His long career in the BMX-sport has completed him an immeasurable network. One greet him with _bonjour_, the other calls _gutentag_. From the French till the Spanish, from Belgians till Germans: Kolvoort has a lot of friends these days.
Within the Dutch team there's no difference. Kolvoort feels like home in the orange team-tent. Six years ago Bas de Bever became the new coach. And although the 65-year-old in that capacity for some time out of the picture, the engagement is not reduced. "But an awful lot has changed", says Kolvoort, as he shakes hands with the complete team in the meantime. "I must give the credits to Bass, he arranged a lot. Look at all these facilities. A tent and such material, we did not have that previously. At that time we worked with 25,000 guilders, for a whole year. Now I think it quickly goes to two tons. The sport has grown, and that's good."
Also the number of people involved has increased enormously. "Nowadays there's a doctor and a physiotherapist. Before, when we were in Latvia, we had to do it all by ourselves. Then you stood alone."
De Bever nods in agreement, when his predecessor talks about the changes. "Back then it was much less. The average athlete also worked, or studied. We changed it from two training sessions a week to two training session a day. These drivers are all day busy with their sport."
The Netherlands has, especially because it's a little country in the sport of BMX, delivered a very respectable status. De Bever: "When you're one of the five biggest countries in this sport, and then you can call yourself worldclass."